Diagnose-fase in de Nederlandse genderzorg
In de diagnose-fase wordt vastgesteld of een patient voldoet aan de criteria voor genderdysforie (DSM-5) of gender incongruence (ICD-11). Volgens de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch wordt de diagnostiek bij kinderen en jongeren uitgevoerd door een psycholoog, psychiater of orthopedagoog (bron). De diagnose-fase volgt op de intake en gaat vooraf aan het multidisciplinair overleg dat besluit over een eventueel medisch traject.
DSM-5 en ICD-11
DSM-5 hanteert de term Gender Dysphoria en stelt expliciet dat de identificatie als een ander geslacht alleen klinisch betekenisvol is wanneer het lijden of disfunctioneren oplevert. ICD-11 verschoof Gender Incongruence uit het hoofdstuk Mental and behavioural disorders naar het nieuwe hoofdstuk Conditions related to sexual health (bron). Deze stap is omstreden: critici stellen dat depathologisering haaks staat op de voorwaarde van objectieve diagnose voor onomkeerbare medische interventies.
Differentiaaldiagnose
Onderdeel van de diagnose-fase is uitsluiten of behandelen van alternatieve verklaringen: autisme, posttraumatische problematiek, eetstoornis, dissociatie, internaliseerde homofobie, sociale invloed. De Cass Review beveelt aan dat elke jongere die naar een genderkliniek wordt verwezen een brede beoordeling van zijn behoeften krijgt, met een screening op neurologische ontwikkelingsstoornissen zoals autisme en een beoordeling van de psychische gezondheid (bron).
Comorbiditeit
Autisme krijgt in de discussie over genderzorg de meeste aandacht, maar ook ADHD komt volgens de systematische review voor de Cass Review vaker voor dan verwacht bij kinderen en jongeren die naar genderklinieken zijn verwezen (bron). De diagnose-fase zou idealiter eerst deze problematiek behandelen voordat over medische gender-interventies wordt besloten. Zie ook comorbide autisme, depressie, trauma.
Externe bronnen
Zie ook: diagnose DSM en diagnose ICD.