Diagnose genderdysforie volgens DSM-5
Welke criteria gebruikt de DSM-5 voor genderdysforie en hoe worden die in Nederland toegepast?
Criteria DSM-5
De DSM-5 omschrijft genderdysforie als een aanhoudende incongruentie tussen het ervaren gender en het toegekende geslacht bij geboorte, met klinisch significant lijden of beperkingen. Er zijn aparte criteria voor kinderen en voor adolescenten en volwassenen. De diagnose vereist meer dan het ervaren van een transidentiteit alleen: lijden en functionele beperking zijn essentiele elementen.
- Duur: minimaal zes maanden (bron).
- Lijden of beperking: klinisch significant lijden of beperkingen in sociaal, beroepsmatig of ander belangrijk functioneren.
- Bij kinderen: het verlangen om het andere gender te zijn moet aanwezig zijn en worden uitgesproken.
- Bij adolescenten en volwassenen onder andere: sterk verlangen om af te zijn van eigen secundaire geslachtskenmerken.
Toepassing in Nederland
Nederlandse genderklinieken hanteren de DSM-5-criteria als kader bij intake en diagnostiek. In de praktijk lopen diagnose en indicatiestelling deels naast elkaar via multidisciplinair overleg (MDO). Voor een medische behandeling is in Nederland een diagnose nodig; volgens de Gezondheidsraad komt somatische zorg voor jongeren pas aan de orde na uitgebreide diagnostiek, psychologische hulp en indicatiestelling onder begeleiding van een multidisciplinair team (bron).
Discussiepunten
De Cass Review schrijft dat een diagnose van genderdysforie, hoewel zij nodig werd geacht voor het starten van medische behandeling, niet betrouwbaar voorspelt of een jongere ook in de toekomst langdurig genderincongruentie zal ervaren, of dat medische behandeling voor hem of haar de beste optie is (bron). In de ICD-11 is gender incongruence verplaatst naar het hoofdstuk over seksuele gezondheid en bevat de definitie geen verwijzing naar dysforie of disfunctie (bron).
Wat dit voor de burger betekent
Een DSM-5-diagnose genderdysforie is in Nederland geen vrijbrief voor automatische medische interventie; tegelijk fungeert zij in de praktijk wel als toegangspoort tot puberteitsremmers, cross-sex hormonen en chirurgie. De burger kan een DSM-5-diagnose niet zelfstandig betwisten, maar wel een second opinion vragen.