genderzorgnederland.nl

burgerinitiatief — monitor genderzorg

Historische groei genderzorgaanvragen

Hoe heeft het aantal aanmeldingen voor genderzorg in Nederland zich sinds de jaren tachtig ontwikkeld?

Burgermonitor
Cijfers samengesteld uit jaarverslagen Amsterdam UMC (VUmc), publicaties in tijdschriften en Kamerbrieven.

Vier fasen in de cijfers

Het eerste Nederlandse genderteam startte in 1973 in het toenmalige VU-ziekenhuis. De Amsterdamse cohortstudie van Wiepjes e.a. (2018) beschrijft 6.793 personen die tussen 1972 en 2015 de kliniek bezochten; het aantal per jaar beoordeelde mensen werd twintig keer zo groot, van 34 in 1980 naar 686 in 2015 (bron).

Tijdlijn

  • 1980-2015: het aantal per jaar beoordeelde mensen in Amsterdam steeg van 34 naar 686 (bron).
  • 2000-2008: de eerste jongeren die volgens het Dutch Protocol puberteitsremmers kregen; de studie van De Vries e.a. (2011) betrof de eerste 70 kandidaten (bron).
  • Volgens de Cass Review begon de stijging van het aantal aanmeldingen in Nederland in 2001, met een omslagpunt in 2011 (bron).
  • 2020-2022: het aantal aanmeldingen van kinderen en jongeren bij ggz-aanbieders en umc's steeg van 1.179 naar 2.772 (bron).
  • 2022: volgens SiRM ongeveer 9.300 wachtenden (bruto) voor transgenderzorg, na correctie voor dubbelingen ongeveer 6.900 unieke wachtenden (bron).
  • Begin 2026: bij het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van Amsterdam UMC stonden ongeveer 4.500 volwassenen en 1.000 kinderen en jongeren op de wachtlijst (bron).

Omslag rond 2013-2015

De Gezondheidsraad schrijft dat de sterke stijging van het aantal aanmeldingen samenging met een verandering van de groep: meer jongeren aan wie bij de geboorte het vrouwelijke geslacht is toegekend, vaker een non-binaire genderidentiteit, een hogere leeftijd en vaker bijkomende psychosociale problematiek (bron). In Amsterdam kwamen er in 2018 op elke bij de geboorte als jongen geregistreerde jongere 2,9 bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren (bron). Lisa Littman beschreef in 2018 op basis van oudervragenlijsten een patroon dat zij "rapid-onset gender dysphoria" noemde; de term is omstreden (bron). Een vergelijkende studie van Kaltiala e.a. (2020) over Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden en het VK vond over 2011-2017 een vergelijkbaar groeipatroon (bron); de Cass Review beschrijft voor het VK een exponentiële stijging van de verwijzingen vanaf 2014 (bron).

Mogelijke verklaringen

De Cass Review noemt als mogelijke verklaringen onder meer grotere maatschappelijke acceptatie, veranderde opvattingen over gender en seksualiteit, een uiting van bredere psychische problemen en de invloed van leeftijdgenoten en media; welke verklaring klopt, staat niet vast (bron). Ook Kaltiala e.a. schrijven dat de redenen voor de stijging niet bekend zijn (bron). Zie ook verdeling per leeftijd en per geslacht bij geboorte.

Vervolgvragen

De historische groei roept vragen op rond capaciteit, indicatiestelling en evaluatie. Zie ook historisch verloop wachttijden. Voor de Engelstalige cijferreeks zie Wiepjes e.a. 2018 (PubMed).