Aanmeldingen genderzorg per geslacht bij geboorte
Welke verhouding tussen geboren meisjes en geboren jongens komt naar voren in publieke cijfers over genderzorg in Nederland?
Historische omslag
Over de hele periode 1972-2015 betrof 4.432 van de 6.793 personen die de Amsterdamse kliniek bezochten een bij de geboorte als man geregistreerd persoon en 2.361 een bij de geboorte als vrouw geregistreerd persoon (bron). Bij naar genderklinieken in Toronto en Amsterdam verwezen adolescenten waren vóór 2006 de bij de geboorte als jongen geregistreerden in de meerderheid, en tussen 2006 en 2013 de bij de geboorte als meisje geregistreerden (bron). In Amsterdam kwamen er in 2018 op elke bij de geboorte als jongen geregistreerde jongere 2,9 bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren (bron). Een vergelijkbare verschuiving naar bij de geboorte als meisje geregistreerden beschrijven de Cass Review voor het VK (bron), Socialstyrelsen voor Zweden (bron) en Ukom voor Noorwegen (bron).
Globale verhouding
De Gezondheidsraad schrijft dat zich meer jongeren melden aan wie bij de geboorte het vrouwelijke geslacht is toegekend, vaker met een non-binaire genderidentiteit, een hogere leeftijd en bijkomende psychosociale problematiek (bron).
Per leeftijdsgroep
- Amsterdam, 2018: 2,9 bij de geboorte als meisje geregistreerde jongeren per bij de geboorte als jongen geregistreerde jongere (bron).
- Amsterdam, 1972-2015: 4.432 bij de geboorte als man en 2.361 bij de geboorte als vrouw geregistreerde personen (bron).
- Volwassenen (40+): AMAB-overwicht conform historisch patroon.
- Internationale rapportages (zoals Cass-rapport) bevestigen een vergelijkbare scherpe verschuiving naar AFAB-jongeren.
Mogelijke verklaringen in literatuur
De Cass Review noemt als mogelijke verklaringen onder meer grotere acceptatie, veranderde opvattingen over gender en seksualiteit, een uiting van bredere psychische problemen en de invloed van leeftijdgenoten en media; welke verklaring klopt, staat niet vast (bron). Kaltiala e.a. noemen toegenomen bekendheid, beschikbaarheid van zorg, destigmatisering en sociale en media-invloeden, maar stellen dat de redenen niet bekend zijn (bron). Littman beschreef in 2018 op basis van 256 oudervragenlijsten een patroon van plotseling lijkende genderdysforie tijdens of na de puberteit (bron).
Wat dit voor beleid betekent
Volgens de Cass Review is de aanpak later uitgebreid naar een bredere groep adolescenten die niet aan de criteria van de oorspronkelijke Nederlandse studie zou hebben voldaan (bron). De Gezondheidsraad vraagt om onderzoek met populaties die "een goede afspiegeling zijn van de populatie die zich recent aanmeldt" (bron). Nederland heeft geen centraal verwijzingsregister; bronnen zijn de publicaties van het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van Amsterdam UMC en de voortgangsbrieven van de Kwartiermaker Transgenderzorg, wiens opdracht eind 2022 afliep (bron). Zie verder verdeling per leeftijd.