Comorbide eetstoornis bij genderzorg
Welke cijfers over eetstoornissen worden gerapporteerd onder personen met een hulpvraag in de genderzorg?
Cijfers uit onderzoek
Volgens een synthese in de Cass Review had 5 procent (95%-betrouwbaarheidsinterval 2-8; spreiding tussen studies 0-23) van de naar genderklinieken verwezen kinderen en jongeren in de onderzochte studies een eetstoornis, en zijn depressie, angst en eetstoornissen in deze groep vaker dan in de algemene bevolking (bron). In een Amerikaanse enquête onder 289.024 studenten hadden transgender studenten (n=479) een odds ratio van 4,62 op een zelfgerapporteerde eetstoornisdiagnose in het afgelopen jaar, vergeleken met cisgender heteroseksuele vrouwen (bron).
Belangrijke studies
- Diemer e.a. (2015, VS): onder 289.024 studenten hadden transgender studenten (n=479) een odds ratio van 4,62 op een zelfgerapporteerde eetstoornisdiagnose in het afgelopen jaar, vergeleken met cisgender heteroseksuele vrouwen.
Klinische betekenis
De aanbevelingen in het Cass-rapport omvatten een brede beoordeling van elke verwezen jongere, met onder meer een beoordeling van de psychische gezondheid (bron).
Kritiek op het affirmatieve model
De systematische review voor de Cass Review concludeerde dat onderzoek van hoge kwaliteit ontbreekt en dat over het effect van puberteitsremmers op genderdysforie en geestelijke gezondheid geen conclusies te trekken zijn (bron). Zie ook comorbide depressie en trauma.