genderzorgnederland.nl

burgerinitiatief — monitor genderzorg

Detransitie-percentage volgens onderzoek

Hoeveel mensen stoppen of keren een sociaal of medisch transitietraject om? De cijfers verschillen sterk per definitie en follow-up duur.

Burgermonitor
Onderzoek gebruikt verschillende definities van detransitie (stop, omkeer, identiteitswijziging). Cijfers zijn niet zonder meer vergelijkbaar.

Ranges in literatuur

Hoe vaak detransitie of spijt voorkomt, is niet vast te stellen. De Cass Review concludeert dat het percentage mensen dat na hormoonbehandeling detransitioneert onbekend is, omdat langlopend vervolgonderzoek ontbreekt (bron). De Gezondheidsraad schreef op 30 juni 2026 dat veel studies te maken hebben met substantiële uitval en een beperkte follow-upduur, waardoor cijfers over stoppen, spijt of detransitie niet betrouwbaar kunnen worden vastgesteld (bron). De gemeten cijfers lopen uiteen: van 0,6 procent (transvrouwen) en 0,3 procent (transmannen) met spijt na een gonadectomie in het Amsterdamse cohort (bron) tot 20 procent van de hormoonstarters die in een Britse huisartsenpraktijk stopten (bron).

Belangrijke studies

  • Wiepjes e.a. (2018, Amsterdam): bij 0,6 procent van de transvrouwen en 0,3 procent van de transmannen die een gonadectomie hadden ondergaan werd spijt vastgesteld; het cohort omvat 6.793 personen die tussen 1972 en 2015 de kliniek bezochten.
  • Vandenbussche (2022): online enquête onder 237 detransitioners uit online detransitiegemeenschappen; een zelfgeselecteerde groep, dus geen percentage detransitie. Deelnemers noemden onder meer psychische behoeften rond genderdysforie, bijkomende aandoeningen en spijt, en een groot gebrek aan steun.
  • Boyd e.a. (2022): in een Britse huisartsenpraktijk met 68 patiënten (gemiddelde leeftijd 27,8 jaar) stopten 8 van de 41 patiënten die met hormonen waren begonnen (20 procent) na gemiddeld 5 jaar.
  • Hall e.a. (2021): in een dossieronderzoek van 175 uit een Britse volwassenen-genderkliniek ontslagen cliënten voldeden 12 (6,9 procent) aan de criteria voor detransitie; bij nog zes waren er onzekerheden over identiteit of behandeldoelen.
  • Littman (2021): anonieme online vragenlijst onder 100 zelfgeïdentificeerde detransitioners; uit zo'n steekproef is geen percentage af te leiden. Deelnemers noemden uiteenlopende redenen, onder meer dat zij zich meer op hun gemak voelden in hun geboortegeslacht en zorgen over medische complicaties.

Meetproblemen

Volgens de Cass Review keren mensen die detransitioneren mogelijk niet terug naar de genderkliniek en raken zo uit beeld, en duurt het volgens clinici uit de volwassenenzorg 5 tot 10 jaar voordat iemand detransitioneert, terwijl studies hun deelnemers korter volgen (bron). Daarnaast stoppen sommige jongeren met hormonen maar blijven zij zich als transgender of non-binair identificeren (bron). Daarnaast valt onderscheid weg tussen tijdelijk stoppen vanwege bijwerkingen, identiteitsverandering en regelrechte spijt. Het Cass-rapport schrijft dat er zeer weinig bewijs is over de uitkomsten op langere termijn en beveelt aan dat NHS England zorgt voor een voorziening voor mensen die detransitie overwegen (bron).

Het medische dossier over puberteitsremmers — werking, risico's en de internationale heroverweging — staat op puberteitsremmers.nl.

Kritiek op het affirmatieve model

Volgens de Cass Review is de huidige groep een ander cohort dan de groep uit eerdere studies, en is de aanpak later uitgebreid naar een bredere groep adolescenten die niet aan de criteria van de oorspronkelijke Nederlandse studie zou hebben voldaan (bron). Het lage Amsterdamse cijfer betreft spijt na gonadectomie in een cohort van 1972 tot 2015. Voor de specifieke vraag rond spijt zie spijt-percentage in onderzoek.

Bronnen