Wachttijden genderzorg in internationale context
Zijn lange wachttijden alleen een Nederlands probleem, of zijn er ook elders lange wachttijden?
Gedocumenteerde voorbeelden
Een gedocumenteerd voorbeeld is Engeland: de Levy Review (NHS England, 18 december 2025) bezocht negen genderklinieken voor volwassenen; wie in oktober 2024 een eerste afspraak had, wachtte gemiddeld 296 weken (5 jaar en 7 maanden) en een meerderheid van de klinieken verwachtte voor nieuwe verwijzingen 15 jaar of meer (bron). Volgens die review brengen de lange wachttijden een flink aantal patiënten ertoe een privé-diagnose en hormoonbehandeling te zoeken, en schaffen sommige patiënten zelf hormonen aan zonder klinisch toezicht, vaak bij buitenlandse online aanbieders (bron).
Per land
- Verenigd Koninkrijk: de NHS stopte in maart 2024 met het routinematig voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen en bracht de Tavistock-kliniek GIDS in die maand tot een beheerste sluiting (bron).
- Zweden en Engeland: puberteitsremmers en genderbevestigende hormonen zijn voor jongeren volgens de Gezondheidsraad alleen nog in onderzoeksverband of in uitzonderlijke gevallen beschikbaar (bron).
- Noorwegen: Ukom schreef op 9 maart 2023 dat de kennisbasis voor genderbevestigende hormonale en chirurgische behandeling van jongeren gebrekkig is (bron).
- Denemarken: het aantal verwezen kinderen en jongeren steeg van 97 in 2016 naar 352 in 2022 (bron).
- Nederland: in 2022 was de gemiddelde wachttijd voor kinderen en jongeren 35 weken bij ggz-aanbieders en 132 weken bij de genderpoli's van de umc's (bron); op 1 oktober 2026 stonden bij Amsterdam UMC ruim 4.500 volwassenen en 1.000 kinderen op de wachtlijst (bron).
Patroon
Wachttijden en beleid zijn niet een-op-een vergelijkbaar. Volgens de Gezondheidsraad lopen de ontwikkelingen internationaal uiteen: Engeland en Zweden hebben de hormonale behandeling van jongeren beperkt, terwijl Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Polen de zorg in herziene richtlijnen juist steviger hebben verankerd (bron). De Gezondheidsraad noemt de Nederlandse zorg zorgvuldig ingericht en ziet geen aanleiding die anders in te richten (bron).