Wet conversiehandelingen treft zorgverleners zonder norm
Op 2 juni 2026 stemt de Eerste Kamer over de Wet strafbaarstelling conversiehandelingen. De wet stelt pogingen om iemands seksuele gerichtheid of genderidentiteit te veranderen of onderdrukken strafbaar. Artsen krijgen een uitzondering, mits zij handelen volgens ‘geldende zorgvuldigheidseisen’. Dat is precies waar het probleem ontstaat: voor genderzorg bestaat op dit moment geen vastgestelde, actuele kwaliteitsstandaard.
Twee herzieningstrajecten die niet op schema lopen
De zorgvuldigheidseisen voor genderzorg liggen in twee kwaliteitsstandaarden: de somatische standaard (NIV, Nederlandse Internisten Vereniging, in beheer voor de hormonale en chirurgische zorg) en de psychische standaard (Akwa GGZ, voor de psychische begeleiding). Beide zijn ongeveer zeven en negen jaar oud. Beide worden herzien. Geen van beide is af.
Somatische standaard (NIV)
Deadline voor publicatie was 30 september 2025. Die datum is verstreken zonder dat een nieuwe standaard is gepubliceerd. Tot publicatie geldt de oude versie, die in de aankondiging van de herziening al gedeeltelijk achterhaald is verklaard.
Psychische standaard (Akwa GGZ)
Herziening loopt sinds 2024. Geen openbare einddatum bekend. Ook hier geldt de oudere versie tot er een vervanger ligt — terwijl de werkgroep zelf de tekst inhoudelijk ter discussie heeft gesteld.
Wat dit betekent voor Amsterdam UMC en Radboudumc
Het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie van Amsterdam UMC en de afdeling transgenderzorg van Radboudumc behandelen iedere week nieuwe patiënten. De Eerste Kamer-stemming verandert niets aan de wachtlijst, het aantal aanmeldingen of het behandelaanbod. Het verandert wel het strafrechtelijk kader waarbinnen behandelaars hun werk doen.
Concrete vragen die per 3 juni 2026 op de behandeltafel liggen:
- Een aanmelding van een veertienjarige met sterke gender-incongruentie en bijkomende eetstoornis: welk indicatiekader telt — de tekst van 2018, de werkdocumenten van de herziening, of een interne richtlijn?
- Een behandelaar die in een intake voorstelt het verlangen breder te exploreren in plaats van direct te bevestigen: valt dat onder ‘exploratieve zorg’, of kan een aangifte van ‘poging tot onderdrukken van genderidentiteit’ rondkomen?
- Een puberteitsrem die op grond van de oude standaard verantwoord is, maar door de Cass Review en de Zweedse, Finse en Noorse herzieningen internationaal niet meer als eerstelijn wordt gezien: handelt de voorschrijver volgens ‘geldende’ eisen, of volgens verouderde?
- Een patiënt die na twee jaar hormoonbehandeling spijt aangeeft en de zorg wil afbouwen: welk traject ondersteunt de zorgverlener, en hoe bewijst die in een eventuele klacht- of strafzaak dat dit geen ‘omkering’ was?
Gezondheidsraad-advies loopt nog
VWS heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd, naar aanleiding van twee moties in de Tweede Kamer. De raad onderzoekt vier vragen: het gezondheidsrechtelijke kader van de zorg, de langetermijneffecten van puberteitsremmers en hormonen, het voorkomen van spijt en detransitie, en een vergelijking met Zweden, Finland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Het advies is er nog niet.
Smeehuijzen wijst er in het Nederlands Juristenblad op dat zes van de twaalf commissieleden direct of indirect betrokken zijn bij de Nederlandse genderzorgpraktijk die zij beoordelen — een complicerend element voor de gezaghebbendheid van het uiteindelijke advies.
Internationale ommekeer als referentie
In het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Finland en Noorwegen zijn de zorgstandaarden voor minderjarige genderzorg de afgelopen jaren radicaal veranderd na onafhankelijke evidence-reviews. Puberteitsremmers zijn niet langer eerstelijnsbehandeling. De Finse studie van Ruuska en collega's (2026) laat bovendien zien dat de psychiatrische zorgbehoefte van behandelde patiënten ná medische transitie toeneemt in plaats van afneemt.
De Nederlandse standaarden weerspiegelen die wending nog niet. Een strafbepaling met een open verwijzing naar ‘geldende zorgvuldigheidseisen’ legt de bewijslast bij de individuele zorgverlener: handelde u volgens de actuele wetenschappelijke stand, of volgens een document waarvan de eigen beheerder al heeft gezegd dat het herziening behoeft?
Operationele rechtsonzekerheid
De combinatie van een strafbaarstelling die per 1 juli 2026 in werking kan treden, een uitzondering die hangt op standaarden die niet bestaan in actuele vorm, en een Gezondheidsraad-advies dat pas later komt, levert een werkomgeving op waarin de individuele arts of psycholoog het strafrechtelijk risico draagt voor de wetgever en de beroepsgroep die het normatieve kader niet op tijd af hadden.
Voor de zorgketen zelf — huisarts, MDO, behandelaar, chirurg, nazorg — betekent dit dat iedere schakel zal moeten kunnen uitleggen waarom de gekozen interventie binnen ‘geldende’ zorgvuldigheidseisen valt op een moment dat ‘geldend’ niet eenduidig vaststaat. Dossiers zullen verzwaren. Behandelaars zullen voorzichtiger worden. De wachtlijst zal niet korter worden.
Bron
Genderzorgen, ‘Conversiewet: stemmen terwijl het fundament wankelt?’, 1 juni 2026 — genderzorgen.substack.com