genderzorgnederland.nl

burgerinitiatief — monitor genderzorg

4 oktober 2026

Vanuit de huiskamer: hoe de vroege Nederlandse transgenderzorg zijn wetenschappelijke fundament miste

Vanuit de huiskamer: hoe de vroege Nederlandse transgenderzorg zijn wetenschappelijke fundament miste

Nederland geldt internationaal als bakermat van de moderne transgenderzorg: het “Dutch Protocol” werd wereldwijd de referentie voor de behandeling van genderdysforie bij jongeren. Een recent essay van Mia Hughes, directeur beleid en onderzoek bij Genspect, zet echter vraagtekens bij hoe gezaghebbend die vroege Nederlandse praktijk werkelijk was. Haar conclusie: de wortels van het protocol liggen minder in zorgvuldig opgebouwde klinische consensus dan het beeld dat er sindsdien over bestaat, en meer in individuele artsen die vooruitliepen op het wetenschappelijk bewijs.

Vanuit de huiskamer: endocrinoloog Otto de Vaal

Centraal in het essay staat endocrinoloog Otto de Vaal, die vanaf 1968 vanuit zijn eigen huis hormonen voorschreef aan volwassenen die zich identificeerden als transseksueel. Volgens Hughes verwierp De Vaal de psychiatrische opvatting van transseksualisme; in 1971 trad hij op de Nederlandse televisie op met een van zijn eerste patiënten en betoogde hij in een boek dat de aandoening hormonen en chirurgie vereiste in plaats van psychotherapie. Hughes betoogt dat deze informele, individuele aanpak aan de wieg stond van een praktijk die pas achteraf werd ingekleed als een doordacht medisch model.

Een commissiebesluit dat nooit meer ter discussie stond

In 1976 keurde de Medisch Ethische Commissie van het VU-ziekenhuis geslachtsveranderende chirurgie goed als behandeloptie. Volgens Hughes is dat besluit sindsdien “nooit aangevochten of herzien”. Hughes citeert ook Chris Maats, voormalig medisch directeur van het VU-ziekenhuis, die zegt dat de vraag of de ingrepen ethisch aanvaardbaar waren in het bestuur nooit is besproken. Een beslissing die bedoeld was als zorgvuldige ethische toetsing, functioneerde zo decennialang als stilzwijgend fundament waar niemand meer op terugkwam.

Televisie als wervingskanaal

Het essay citeert ook Jos Megens, destijds coördinator van de Amsterdamse genderkliniek, die zich herinnert dat na elk tv-optreden over transseksualisme de telefoon niet stilstond met mensen die behandeling zochten. Die herinnering onderstreept een patroon waar critici al langer op wijzen: publieke zichtbaarheid van een diagnose en haar behandeling kan de vraag naar diezelfde behandeling direct aanjagen, los van de vraag of de onderliggende klachten daadwerkelijk toenamen of alleen vaker werden herkend en benoemd.

Wat de wetenschap al veel eerder zei

Hughes plaatst deze geschiedenis naast ouder internationaal werk. Volgens Hughes merkte psychiater Ira Pauly al in 1965 op dat de wetenschap dat een operatie mogelijk is, het centrale levensdoel van iemand kan worden; Hughes leest dat als een vroege aanwijzing voor iatrogenese. Historicus Joanne Meyerowitz beschreef volgens Hughes hoe patiënten met een 'felle, veeleisende drijfveer' terughoudende artsen tot ingrijpende behandelingen bewogen, en hoe media-aandacht vage onvrede kon omzetten in een dringende wens tot een operatie. Psychiater Paul McHugh van Johns Hopkins bekritiseerde de ijver voor geslachtsveranderende chirurgie als een mode van de jaren zeventig en sloot in 1979, na ongunstige uitkomstgegevens, de genderkliniek van John Money.

Waarom deze geschiedenis vandaag telt

Voor de huidige discussie over genderzorg in Nederland is deze geschiedenis meer dan een historische voetnoot. Beleidsmakers en clinici verwijzen nog altijd naar “het Nederlandse model” als bewijs van een beproefde, zorgvuldig onderbouwde aanpak. Hughes' essay laat zien dat de oorsprong van dat model minstens zo veel te danken heeft aan individuele artsen die op eigen gezag handelden en aan een commissiebesluit dat nooit meer werd getoetst, als aan de systematische wetenschappelijke onderbouwing die er achteraf aan werd toegeschreven.

Niet de eerste reconstructie van dit ontstaan

Hughes sprak eerder in een interview met Diederik Eekstra (New World) over de Amsterdamse oorsprong van het protocol. Dat interview, uitgewerkt op dutchprotocol.nl, beschrijft hoe een ethische commissie van de VU het theologische argument van een plastisch chirurg accepteerde, hoe een teleurstellend vervolgonderzoek uit 1988 op de eerste lichting patiënten werd weggewuifd als een timingprobleem in plaats van een falen van de behandeling zelf, en hoe één tienercasus als bewijsstuk diende voor de latere uitbreiding naar puberteitsremmers bij kinderen. Samen met het verhaal van Otto de Vaal ontstaat zo geen beeld van één zorgvuldig opgebouwd protocol, maar van een reeks losse, individuele beslissingen die pas achteraf tot een samenhangend model werden samengesmeed.

Het Dutch Protocol zelf is volgens het eindrapport van de Cass Review ontwikkeld door Peggy Cohen-Kettenis, oprichter van de Utrechtse genderkliniek; zij was eerste auteur van de casusbeschrijving uit 1998 en mede-auteur van het artikel uit 2006 waarin het protocol verder is uitgewerkt (bron). Meer daarover staat in onze eerdere analyse over Cohen-Kettenis als architect van het Dutch Protocol.

Bronnen

Mia Hughes, “How the Dutch Normalized Medical Madness”, Genspect, 1 oktober 2026. genspect.substack.com/p/how-the-dutch-normalized-medical

Saskia Weijermars

Saskia Weijermars

Redactie

Veelgestelde vragen

Wie was Otto de Vaal?

Otto de Vaal was een endocrinoloog die volgens Mia Hughes vanaf 1968 vanuit zijn huis in Amsterdam hormonen voorschreef aan volwassenen die zich identificeerden als transseksueel, en die de psychiatrische opvatting van transseksualisme verwierp.

Wat besliste de VU Medisch Ethische Commissie in 1976?

De Medisch Ethische Commissie van het VU-ziekenhuis keurde na ongeveer tweeënhalf jaar beraad geslachtsveranderende operaties goed. Volgens Hughes is dat besluit sindsdien nooit aangevochten of herzien.

Welke wetenschappers wijzen op problemen met het vroege Nederlandse model?

Hughes verwijst onder meer naar psychiater Ira Pauly (1965), historicus Joanne Meyerowitz en psychiater Paul McHugh van Johns Hopkins, die in 1979 na ongunstige uitkomstgegevens de genderkliniek van John Money sloot.