19 augustus 2026
Onderzoekers zetten vraagtekens bij het 'één procent'-cijfer over transitiespijt

Decennialang gold in de transgenderzorg een simpel getal: slechts één procent van de mensen die medisch transitioneren, zou daar ooit spijt van krijgen of weer terugkeren op hun stappen. Dat cijfer werd gebruikt om beleid te onderbouwen, om ouders gerust te stellen en om twijfel over medische transitie als marginaal af te doen. Twee onderzoekers die al jaren naar detransitie kijken, Kinnon Ross MacKinnon en Pablo Expósito-Campos, zetten in hun aankomende boek "Understanding Detransition" grote vraagtekens bij die ene procent. Niet vanuit een activistische hoek tegen transgenderzorg, maar vanuit hun eigen onderzoekspraktijk.
Een getal dat een heel beleidsveld stuurde
MacKinnon en Expósito-Campos leggen uit hoe die ene procent meer werd dan een uitkomstmaat: het cijfer ging het hele veld van genderzorg organiseren. Volgens de auteurs organiseerde dat cijfer het hele veld van de genderzorg; de houdbaarheid ervan hing af van veranderende klinische praktijk en van hoe de categorie detransitie werd gedefinieerd.
Ruim duizend deelnemers in drie landen
Het boek van MacKinnon en Expósito-Campos bouwt voort op drie eigen onderzoeksprojecten: Re/DeTrans Canada, de DARE-studie en NORTASUN, uitgevoerd tussen 2021 en 2024. Samen verzamelden die studies data van 1.035 mensen in de Verenigde Staten, Canada en Spanje die op enig moment hun transitie hebben teruggedraaid of gestopt. Opvallend: bijna zeventig procent van hen had wel degelijk minstens één hormonale of chirurgische behandeling ondergaan voordat ze detransitioneerden. In deze groep had dus een meerderheid medische stappen gezet.
De onderzoekers benadrukken dat harde cijfers alleen niet genoeg zijn. Ze citeren socioloog Arthur Frank, die stelt dat er na de methode altijd nog een verhaal moet komen. Daarom combineren zij hun cijfers met interviews en met de bredere geschiedenis van transgenderzorg, zonder de spanningen in dat veld glad te strijken.
Zelfs de definitie van "detransitie" staat niet vast
Een van de meest onthullende observaties in het werk van MacKinnon en Expósito-Campos is dat er in de wetenschappelijke literatuur nooit een eenduidige definitie van detransitie heeft bestaan. Klinieken gebruikten het woord "spijt" lange tijd voor uiteenlopende, vaak niet nader onderzochte uitkomsten. Naarmate detransitie zichtbaarder werd, ontstond een wirwar van nieuwe termen en omschrijvingen. Mensen met vergelijkbare ervaringen bleken volstrekt verschillend te worden beschreven, afhankelijk van wie er naar hen luisterde: een behandelaar, een onderzoeker of henzelf.
Die conceptuele onduidelijkheid is volgens de auteurs geen bijzaak, maar een kernonderdeel van het verhaal: het laat zien hoe kennis over gender tot stand komt onder invloed van identiteit, overtuiging en politieke strijd over wie er mag bepalen wat een "goede" of "foute" uitkomst is.
Waarom dit ook voor Nederland relevant is
In Nederland vond de Gezondheidsraad in 2026 zeven Nederlandse studies over stoppen met of spijt na een behandeling die op minderjarige leeftijd was gestart: daarin stopte 0 tot 3,5 procent van de jongeren met de behandeling, slechts twee studies rapporteerden over spijt en over detransitie werd niet gerapporteerd (bron).

Nienke Vogelaar
Redactie
Veelgestelde vragen
Waar kwam het '1 procent'-cijfer over transitiespijt vandaan?
Het cijfer werd decennialang gebruikt als uitkomstmaat om te onderbouwen dat spijt of terugkeer na medische transitie zeldzaam is, en ging daarmee het hele beleidsveld van genderzorg mede sturen.
Waarop baseren MacKinnon en Expósito-Campos hun kritiek op dat cijfer?
Op drie eigen onderzoeksprojecten (Re/DeTrans Canada, DARE en NORTASUN, 2021-2024) met data van 1.035 mensen in de VS, Canada en Spanje die hun transitie terugdraaiden of stopten; bijna zeventig procent van hen had al minstens één hormonale of chirurgische behandeling ondergaan.
Bestaat er een eenduidige definitie van 'detransitie'?
Nee. Volgens de onderzoekers is er in de wetenschappelijke literatuur nooit een vaste definitie geweest: klinieken, onderzoekers en gedetransitioneerden zelf gebruikten uiteenlopende omschrijvingen voor vergelijkbare ervaringen.